AI verandert niet alleen het juridische werk, maar ook de manier waarop jonge professionals hun vak leren. Nu een deel van dat leerproces minder vanzelfsprekend wordt, rijst een andere vraag: waar zet je best op in om te blijven groeien?
In mijn recruitmentpraktijk word ik meestal ingeschakeld om advocaten en juristen te vinden die al enkele jaren ervaring hebben. Werkgevers doen traditioneel nu eenmaal minder vaak beroep op externe recruiters voor pas afgestudeerden.
Toch word ik de laatste tijd spontaan benaderd door een groeiend aantal jonge juristen die moeite hebben om een functie te vinden die echt bij hen past. En het gaat zeker niet om profielen die op papier duidelijke tekortkomingen vertonen. De meesten hebben sterke academische resultaten, spreken meerdere talen en hebben al interessante ervaringen opgedaan.
Ik bekijk dit uiteraard door de bril van een recruiter, met alle beperkingen van dien. Maar mijn observatie valt samen met een veel bredere verandering binnen het juridische beroep. Artificiële intelligentie verandert niet alleen de manier waarop we werken. Ze verandert stilaan ook de manier waarop we leren werken.
Lange tijd zat een belangrijk deel van de opleiding bijna automatisch vervat in de eerste jaren van de praktijk: dossiers analyseren, clausules vergelijken, een memo voorbereiden, een redenering opbouwen, een eerste ontwerp schrijven dat vervolgens door een meer ervaren collega werd nagekeken.
Dat waren niet altijd de meest gewaardeerde taken, maar ze verplichtten je wel om te lezen, te twijfelen, opnieuw te lezen, te controleren, structuur aan te brengen, fouten te maken en opnieuw te beginnen. Ook het werk zelf was dus een leerschool.
Precies dat begint AI mee te veranderen. Verschillende recente analyses wijzen erop dat de automatisering van taken die traditioneel aan juniorprofielen werden toevertrouwd, bepaalde leerkansen, feedbackmomenten en kansen om professioneel beoordelingsvermogen te ontwikkelen kan verminderen (Simmons & Simmons, Wolters Kluwer, Thomson Reuters).
De vraag is dus niet alleen of AI het aantal juniorfuncties zal doen afnemen, maar ook hoe jonge juristen hun vak goed kunnen blijven leren wanneer bepaalde stappen die vroeger vanzelf deel uitmaakten van dat leerproces sneller, schaarser of gedeeltelijk geautomatiseerd worden.
Werkgevers en universiteiten zullen hun aanpak uiteraard moeten aanpassen. Maar ook die structuren bevinden zich volop in verandering. In die context is het voor jonge juristen des te belangrijker om zelf een actievere rol te spelen in hun ontwikkeling.
AI gebruiken zonder je denkwerk te snel uit handen te geven
Ik denk niet dat het verstandig is om als student of jonge jurist bewust afstand te houden van AI, hoe begrijpelijk de motivatie daarachter soms ook is. AI maakt vandaag al deel uit van juridisch werk en het gebruik ervan zal alleen maar toenemen. Volgens het rapport Future Ready Lawyer 2026 van Wolters Kluwer, gebaseerd op een internationale bevraging van juridische professionals, gebruikt 92% van de respondenten vandaag al minstens één AI-tool in het dagelijkse werk.
Het is dus belangrijk om ermee te leren werken, te begrijpen waar AI sterk in is, waar de beperkingen liggen en wanneer de output extra kritisch moet worden gecontroleerd.
Maar je moet ook leren om AI niet meteen om het antwoord te vragen. Eerst zelf analyseren, de vragen en onzekerheden identificeren, een redenering opbouwen en AI vervolgens gebruiken om die redenering onder druk te zetten, lijkt me veel leerzamer dan systematisch te beginnen met de vraag naar een oplossing.
Ook studenten lijken zich trouwens goed bewust van die spanning. In de Law Student Pulse Survey 2026, uitgevoerd bij meer dan 1.800 rechtenstudenten in april 2026, geeft Thomson Reuters aan dat 72% AI-geletterdheid als een essentiële professionele vaardigheid beschouwt, terwijl 74% vreest dat een te grote afhankelijkheid van AI hun juridische vaardigheden kan ondermijnen.
Wat is het sterkste tegenargument? Welke hypothese heb ik over het hoofd gezien? Welk onderdeel van mijn redenering is het zwakst? Welke bijkomende vraag moet ik stellen? Welke bronnen moet ik nog controleren? Op die manier wordt AI een intellectuele sparringpartner.
Het grootste risico is dan ook niet noodzakelijk dat je AI te vaak gebruikt, maar dat je het te vroeg in het denkproces inzet en daardoor je eigen vaardigheden onvoldoende blijft oefenen en ontwikkelen.
Ervaringen opzoeken waarin je nog echt al doende leert
Als sommige taken eenvoudiger of sneller worden, wordt het des te belangrijker om ervaringen op te zoeken waarin je nog wordt geconfronteerd met reële situaties, praktische beperkingen en feedback van andere professionals.
Daarom blijven stages tijdens de studies naar mijn mening bijzonder waardevol. Een stage bij een advocatenkantoor, in een onderneming, bij een notariskantoor of binnen een instelling laat je uiteraard kennismaken met de praktijk. Maar je ziet er ook hoe een juridische vraag past binnen een echt dossier, hoe een team werkt, hoe een ervaren professional redeneert en hoe praktische beperkingen soms een puur theoretisch antwoord bijsturen.
Een stage helpt bovendien om contacten op te bouwen. Een student die een sterke stage heeft gedaan, is enkele maanden later niet langer alleen een cv: een team heeft gezien hoe die persoon werkt, vragen stelt, communiceert en leert. Zulke ervaringen leiden geregeld tot nieuwe contacten en soms zelfs tot een concreet aanbod na het afstuderen.
Bij twijfel blijft de balie een uitstekende leerschool
Diezelfde logica geldt bij de start van een carrière. Wie nog niet precies weet welke richting hij of zij uit wil, doet er goed aan om de balie ernstig te overwegen.
De eerste jaren in een advocatenkantoor confronteren je snel met situaties die studies nooit volledig kunnen nabootsen: een onvolledig dossier analyseren, precies schrijven, deadlines respecteren, verschillende dossiers tegelijk beheren, een standpunt verdedigen, met cliënten communiceren en concrete feedback krijgen op je werk.
Dat is ook een van de redenen waarom ervaring aan de balie traditioneel sterk wordt gewaardeerd door veel werkgevers. Ze sluit een latere overstap bovendien helemaal niet uit. Enkele jaren praktijkervaring kunnen net helpen om later de stap naar een in-house functie te zetten.
Dat betekent uiteraard niet dat elke afgestudeerde advocaat moet worden. Maar wie twijfelt over de richting van zijn of haar loopbaan, doet er goed aan de balie minstens mee in overweging te nemen.
Talen blijven belangrijk, maar volstaan niet altijd meer
In België, en zeker in Brussel, blijft talenkennis bijna onvermijdelijk een belangrijk aandachtspunt. Een goede kennis van de andere landstaal opent nog steeds veel deuren. En een degelijk professioneel niveau, rond B2, kan al deuren openen die anders gesloten blijven.
Maar wat ik vandaag zie, vraagt toch om een belangrijke nuance: zelfs sterke twee- of drietalige profielen hebben het soms moeilijk om een passende eerste functie te vinden. Meertaligheid blijft dus bijzonder waardevol, maar is op zichzelf niet altijd meer voldoende om je echt te onderscheiden.
Bovendien telt vooral of je die talen in de praktijk kunt gebruiken. Wie op zijn cv schrijft dat een taal “zeer goed” is, moet die ook kunnen spreken wanneer een gesprekspartner midden in een interview van taal verandert. Talen worden tijdens selectieprocedures regelmatig getest, en tien jaar les betekent niet automatisch dat je je mondeling ook echt vlot voelt.
Mijn advies blijft dus eenvoudig: oefen ze, en spreek ze vooral.
Menselijke vaardigheden ontwikkelen
Naarmate tools beter worden in het ondersteunen van ons werk, wegen vaardigheden die echt steunen op menselijke interactie zwaarder door.
Echt luisteren, begrijpen wat niet expliciet wordt gezegd, je communicatie aanpassen, samenwerken, overtuigen zonder te bruuskeren, empathie tonen, vertrouwen opbouwen of samen met anderen tot een oplossing komen, blijven essentiële vaardigheden.
En dit gaat veel verder dan AI. Jongere generaties zijn opgegroeid in een omgeving waarin een steeds groter deel van de communicatie via sociale media, berichten en schermen verloopt. Dat biedt enorm veel mogelijkheden, maar vervangt face-to-face-interactie niet, met alle onvoorspelbaarheid en nuances die daarbij horen, en de noodzaak om je voortdurend aan te passen.
Ervaringen die op het eerste gezicht weinig met recht te maken hebben, kunnen daarom bijzonder vormend zijn: een jeugdbeweging, teamsport, een artistieke activiteit, een studentenjob, een vereniging, vrijwilligerswerk, samen een project organiseren of een reis waarbij niet alles vooraf vastligt.
Niet om nog een lijn aan je cv toe te voegen. Wel omdat je net in zulke situaties leert omgaan met anderen, je plaats innemen, je aanpassen, luisteren en uit je comfortzone stappen.
Een extra diploma moet echt iets toevoegen aan je leerproces
Dezelfde redenering geldt voor aanvullende studies. Een LL.M. of een andere opleiding na de master kan uiteraard een duidelijke meerwaarde hebben. Sommige advocatenkantoren waarderen internationale academische trajecten sterk. Een jaar in het buitenland kan ook helpen om je in een bepaald rechtsgebied te verdiepen, een taal te verbeteren, een ander rechtssysteem te leren kennen, een netwerk uit te bouwen en zelfstandiger te worden.
Maar ik vind het belangrijk om een extra diploma te onderscheiden van extra leren.
Je specialiseren in intellectuele eigendom omdat het je echt interesseert? Een andere jurisdictie leren kennen of een specifieke expertise ontwikkelen? Dat is heel begrijpelijk.
Nog een studiejaar volgen vooral om je cv verder aan te vullen, vind ik veel minder vanzelfsprekend. De belangrijkste vraag is dan misschien: “Wat zal ik tijdens dat jaar werkelijk leren, beter begrijpen of ervaren?”
Afhankelijk van het antwoord kan een LL.M. de beste investering zijn. Maar even goed kan dat een eerste professionele ervaring zijn, een bijzonder leerrijke stage, een verblijf in het buitenland, een taal of iets helemaal anders.
Geleidelijk leren om verder te kijken dan de juridische vraag
Tot slot is er nog een vaardigheid die volgens mij al vroeg bijzonder nuttig is om te ontwikkelen: de “helikopterview”.
Met ervaring leer je de bredere context van een vraag beter begrijpen. Waarom wordt ze gesteld? Welk probleem probeert men echt op te lossen? Welke belangen spelen er? Wat als de juridisch perfecte oplossing praktisch onwerkbaar blijkt? Welk risiconiveau is werkelijk aanvaardbaar?
Niemand verwacht van een pas afgestudeerde het beoordelingsvermogen van iemand met vijftien jaar ervaring. Maar je kunt wel vroeg de reflex ontwikkelen om niet te stoppen bij de eerste vraag die je krijgt.
En in een omgeving waarin AI steeds makkelijker een eerste antwoord kan geven, wordt het steeds belangrijker om te kunnen inschatten of wel de juiste vraag wordt gesteld.
Leren leren is een onderscheidende vaardigheid
Een sterk diploma, talenkennis, een goede stage, een LL.M. of een eerste ervaring bij een uitstekend kantoor blijven waardevol. Maar de huidige evolutie maakt het minder vanzelfsprekend dat ze op zichzelf nog volstaan om echt het verschil te maken.
Een deel van het leren dat vroeger bijna vanzelf voortkwam uit het werk van de eerste jaren, zal dat morgen waarschijnlijk veel minder doen. Voor wie vandaag begint, wordt leren leren dus op zichzelf een vaardigheid die ontwikkeld moet worden.
Dat veronderstelt ook dat je weet wat je zoekt. Mijn eerste artikel ging net over die vraag naar zelfkennis bij loopbaankeuzes; ze blijft bijzonder relevant wanneer je moet beslissen waar je je tijd in investeert en waar je soms bereid bent compromissen te sluiten.
Voor vorige generaties zat een belangrijk deel van het leren ingebouwd in het werk zelf. Wie vandaag start, zou ik alleen maar aanraden om een groot deel daarvan bewust zelf in handen te nemen.
In die context lijkt één laatste vraag me bijzonder nuttig: als ik een jaar, enkele maanden of zelfs maar een paar uur per week heb om vooruitgang te boeken, waar zet ik die tijd dan het best op in?


